Antwoord zandhoopjes
Er is altijd wel ergens leven, zelf op plekken die, zoals hier, net ervoor op de schop zijn geweest. Deze foto is genomen enkele maanden nadat deze zandverstuiving langs de Maas opgeschoond is geworden van een dik pak mos. Over de hier nog aanwezige podzol, die natuurlijk gespaard is, ligt al een dun laagje vers verstoven zand.
Aan het woord bijendeskundige Theo Peeters: “Ik denk dat het een nestje is van één dier: rechts de hoofdingang en links de zijgang van het nest van de Zilveren zandbij [Andrena argentata]. De nestbouw van deze soort is nog nooit beschreven, vandaar mijn twijfel. Eenmaal heb ik een dergelijk nestje uitgegraven en vond in een loodrecht naar beneden gaande gang op een diepte van ± 25 cm een vrouwtje van deze soort. De bouw van het nestje kon ik toen helaas niet verder bestuderen. Waarschijnlijk is de grotere gele berg zand (geler dan de toplaag) van de hoofdingang voorbij de podzol gegraven [en ligt daar dus nog een donker bergje zand onder], de zijingang sluit op een geringere diepte precies in de podzol-laag aan bij de hoofdgang, vandaar dat daar minder en alleen zwart zand te zien is. In Nederland is de Zilveren Zandbij een aan stuivend zand gebonden soort die alleen voorkomt in kustduinen en enkele binnenlandse stuifzanden. Ze nestelt meestal in kleine groepjes. Het is een polylectische soort die stuifmeel voor haar larven verzamelt van meerdere plantenfamilies. De Zilveren zandbij is bivoltien. De eerste generatie vliegt in april en mei, de tweede generatie van half juni tot eind september. Status: bedreigde soort.”
Nou, dan weet u dat ook weer. En niet zomaar opgraven, hè. Dat laten we aan onderzoekers over.